Intermediair heeft een interview gepubliceerd met een voormalig deelnemer aan onze training Ander Leven. Lees hier haar positieve getuigenis “Ik leerde dat ik in een permanente staat van stress verkeerde”.

Esther* kreeg paniekaanvallen bij drukte in de trein. Doordat ze de spits uit alle macht wilde vermijden, werd haar werkdag langer en langer. Hoe kwam ze daar vanaf?

‘Op het perron begon het altijd al. Waar stonden de grootste drommen mensen? Waar zou de treindeur zich openen? De trein was nog leeg, maar ik moest mijn zitplek zorgvuldig kiezen. Die moest aan nogal wat voorwaarden voldoen. Een enkele stoel, want ik zat liever niet naast een andere passagier. Dicht bij het toilet, want stel dat ik moest overgeven. Geen zicht op het balkon, want ik wilde niet zien hoeveel mensen er instapten. Dan zette de trein zich in beweging.

Om me heen hingen forensen in hun stoel, vaak nog half in slaap. Ik niet. Ik wachtte op het derde station. Alle zitplaatsen waren bezet. Reizigers vulden het gangpad en het balkon. Ik keek uit het raam en zag de meute staan. Het perron was van voor tot achter gevuld. Mijn hart begon te kloppen in mijn keel, mijn huid werd klam, ik kreeg het benauwd en werd misselijk. Ik was bang mezelf te verliezen. Talloze keren stond ik uiteindelijk toch op, duwde me woest door de mensenmassa heen, tegen de stroom in, naar buiten. Daarna keek ik de wegrijdende trein na. Zo ging het zeventien jaar lang.

Ik ging meermaals in therapie, deed ademhalingsoefeningen en meditatie. Ik ontwikkelde inzichten in oorzaken van mijn angsten. Maar tegelijkertijd zette ik uiteindelijk de wekker op vijf uur, zodat ik de trein van zes uur kon nemen. Dan was ik om acht uur op mijn werk en vertrok ik pas na de avondspits. Ik was succesvol in mijn baan, ik draaide vier grote projecten naast elkaar. Maar ook op mijn werk was ik voortdurend bang. Ik had faalangst en sociale angst. Maar ik was bijzonder bedreven in het verbergen van mijn trillende handen. Zelfs toen ik door mijn knieën zakte tijdens een training, maskeerde ik dat door zogenaamd nonchalant op de tafel naast mij te gaan zitten.

Dat was de limiet. De dag erna meldde ik me ziek. Mijn huisarts kende mijn paniekklachten al. Ik had in de loop der jaren al heel wat doorverwijzingen naar therapeuten gehad. Nu stuurde ze me naar een psychiater. Die constateerde zakelijk dat ik een paniekstoornis had en schreef me angstremmers voor. Die pillen sloegen snel aan, de paniekaanvallen bleven daarna weg. Een burn-out volgde. Ik zat in zak en as: hoe kwam ik hier ooit uit?

Een vriendin wees me op Ander Leven, dat trainingen geeft aan mensen met chronische stress. Mijn vertrouwen in haar was zo groot dat ik het aanmeldformulier invulde zonder me erg te verdiepen in training. Later schrok ik. De training was op drie uur treinen afstand. En dan ook nog eens drie dagen lang, in een groep. Toch ging ik en luisterde dwars door mijn weerstand heen. Ik leerde dat ik in een permanente staat van stress verkeerde. En dat er een simpele techniek bestond om daarvan af te komen. Het was een superlogisch verhaal. Toen ik ’s avonds in de spiegel keek, wist ik: het is over.

Ik heb sindsdien nooit meer paniek gevoeld. Ik slik geen angstremmers meer. En ik kan gewoon met de trein. Ik wil roepen naar mijn medereizigers: kijk dan! Ik stap in de trein zonder boe of bah te zeggen! Het doet me niets, zelfs niet als we als sardientjes op elkaar gedrukt worden. Ik ben alleen maar verrukt. Het is toch voor mij weggelegd, domweg zitten suffen in de trein.’

* De naam is gefingeerd op verzoek van de geïnterviewde.

Bron: Intermediair Magazine (maart 2017)