Voor de training
Ik werd er moedeloos van, elke dag die opdringerige pijn in m’n hele lijf.

Als mensen vroegen hoe het met me ging, had ik er moeite mee de pijn en vermoeidheid te beschrijven; het was zo diffuus, zo niet te ‘pakken’. Ik beschreef het als griep/spierpijn, of dat wat je voelt in je handen als ze heel koud zijn ’s winters en je ze te snel en te dichtbij de kachel opwarmt. Of nog anders gezegd: zoals je lichaam aanvoelt bij ‘schrapzetten’ en daar nooit meer mee ophoud. Mijn spieren ontspannen lukte me nooit echt, het was net alsof ze alsmaar persé in de spanstand bleven hangen. Dat gaat pijn doen, een diffuse vermoeiende pijn die niet goed uit te leggen valt.

En de vermoeidheid? Ik ben een positief denkend mens, niet somber of zo en kan genieten van kleine dingen, maar die vermoeidheid … Soms was ik lekker bezig met iets fijns en dan opeens , als een onverwachte regenbui op een zonovergoten dag overviel mij een enorme vermoeidheid. Dan kon ik niets anders meer dan me er letterlijk bij neerleggen tot de bui overging, neerliggen op het vloerkleed in een kamer, op een bank of in bed. Er waren dagen bij die ik ‘pyamadagen’ noemde om het in mijzelf positiever te voelen dan ‘ziek’.

Ziek was ook niet het juiste woord maar de vermoeidheid zette wel mijn hele dagelijkse doen en laten op z’n kop. Elke dag tijd tekort om te doen wat ik die dag graag wilde doen. Ik stelde mijn dagprogramma bij, een tandje minder mag ook wel. Maar soms kon ik helemaal niks en dat is echt zo weinig dat ik er kwaad, moedeloos, of teleurgesteld door raakte. Heel gewone daagse dingen kon ik niet meer: een schroefje aandraaien met een schroevendraaier, thee inschenken, de hoorn van de telefoon een gesprek lang bij m´n oor houden, een boek vasthouden, met een vork eten, benzine tanken, muntjes uit mijn portemonnee halen.

Alles waar spierspanning bij te pas kwam werd een belasting, een prestatie van ´over de top´ en leverde een confronterende pijn op die ik niet begreep. Er klopte iets niet.

Ik heb een lange weg afgelegd van reumatologen via revalidatieartsen naar psychiater en psycholoog, maar bleef me er heel alleen bij voelen; voor de symptomen van spierpijn en oververmoeidheid was geen officiële diagnose te vinden. Ze noemden het fybromyalgie of CVS (Chronisch Vermoeidheid Syndroom, ook wel ME genoemd), maar wat had ik daaraan? Ik werd er niet beter van. Levenslust, beweging, ontspanning en inspanning waren volkomen in disbalans. Het trok m´n leven scheef, ik voelde me onhandig met m´n gouden handjes die altijd alles konden, de vermoeidheid maakte me tot een ‘niksnut’. Dat was verwarrend en confronterend.

Ik probeerde te accepteren dat ´het is zoals het is´ en dat ik dit als mijn beginpunt moest beschouwen en niet als eindpunt. Ik kon dat wel bedenken, maar eerlijk gezegd voelde het niet zo.

Een vriendin vroeg me mee naar een lezing over het Alexander Concept. Helga zou daar vertellen over haar eigen ervaringen met CVS en over een training waar zij zelf veel baat bij heeft gehad. Toen ik hoorde dat Helga zelf zo´n training zou gaan geven heb ik mij als deelnemer opgegeven.

Na de training
Het werd hard werken: vertrouwen hebben in de training, zonder schroom jezelf onder ogen zien. Rouwen over tien jaar pijn en vermoeidheid hoort daar onmiskenbaar bij. Tijdens de training zag ik opeens waardoor ik samen met mijn lichaam ‘in de groef’ ging en toen veranderde er iets. Niet dat opeens mijn pijn verdween, maar ik voelde mijn vitaliteit terugkomen.

Meteen na de training ben ik gestopt met de dagelijkse portie van 3000mg of meer paracetamol. Sterker nog: ik denk nu, enkele maanden na de training, nog maar zelden aan de pijn omdat ik de pijn nog maar sporadisch voel.

En de vermoeidheid of liever gezegd de uitputting? Als ik over de schreef ga met mezelf kan ik nog wel behoorlijk moe zijn, maar het voelt totaal anders; het voelt als hele gewone vermoeidheid na inspannende arbeid. De ‘oude’ kan ik na tien jaar ploeteren niet worden, maar wel de Nieuwe!

Eveline