Ander Leven in mijn leven.
Mijn Ander Leven verhaal begint bij de bevalling van onze jongste schat, Evert.
Heel heftig en intens en voor mij, onbevattelijk. Ik vreesde voor het leven van ons piepklein ventje en voor dat van mezelf.
Maar iedereen vond het zo een stoer verhaal dat ik er niet bij stilstond dat ik het er moeilijk
mee mocht hebben. Voor mij was het zo overdonderend dat ik na enkele maanden stopte met eten. Ik wilde geen
emoties zoals angst, pijn, verdriet, vermoeidheid en andere prikkels meer voelen.
Als kind heb ik van jongs af aan geleerd om mezelf te beschermen door me los te koppelen
van mijn lichaam. Voor deze emoties moest ik blijkbaar nog een versnelling hoger gaan.
Door niet te eten, mezelf uit te putten, door overdreven intens te sporten en amper te slapen
voelde ik helemaal geen emoties meer en voelde ik mezelf, mijn lichaam niet meer.
4 Maanden later werd ik opgenomen om de afgevallen kilo’s weer bij te komen.
Tijdens de opname ben ik er (eerder toevallig) achter gekomen welke rol de geboorte had en
dat het eigenlijk maar de spreekwoordelijke druppel is geweest.
Uren cognitieve gedragstherapie, groepstherapie, individuele therapie,… om toch maar dichter
bij mezelf te komen. Het zette me opweg maar het gaf me geen handvaten.
Het had niet het gewenste effect bij mij. Of toch onvoldoende en heel erg traag. Ik kreeg
geen uitleg, geen antwoorden op mijn waarom? Steeds opnieuw: Wat denk je zelf?
Ik dacht niet meer, al mijn gedachten waren chaos. Ik ben een analyitsch persoon en als het
antwoord uit jezelf moet komen ga je die chaos proberen te analyseren en dat is onmogelijk.
Ik heb zelfs een boek gekocht om deze vorm van therapie te begrijpen. Maar ook dat hielp
niet. Ik heb wild om me heen gevochten om het toch maar zo goed mogelijk te doen. Maar ik was
steeds de weg kwijt. Ik kreeg te weinig basis, uitleg, geen verklaringen. Ik kon het niet
begrijpen. Hierdoor bleef ik vechten en zoeken. Ook het dragen van mijn groepsleden en de
verantwoordelijkheid die ik voelde riep bij mij vragen op.
Na de opname stond ik er weer ‘alleen’ voor. Tot de huisarts me enkele maanden later stralend vertelde: Rieneke, als jij in 3 dagen wil genezen, dan moet je dit gaan doen. Ik ben heel wetenschappelijk ingesteld. 3 dagen?
Ik deed de aanmelding (duurde uren, dagen om op de send button te duwen), het
telefoongesprek (ik doe vreemd moeilijk over telefoneren maar dit duurde vlot een volledig
uur), de intake. De intake was treffend. Ik kan het niet anders verwoorden.
Die dingen op zich maakten me nieuwsgierig.

Eind juni 2015: 3 dagen Barchem.
Ik heb me afgesloten, ik heb geworsteld, ben boos geworden, heb geweigerd te eten, ben
weggelopen (ik heb letterlijk mijn loopschoenen aangebonden met het idee om zo ver mogelijk
te lopen, liefst van al terug naar huis), teruggekeerd, aan de poort gaan zitten, opnieuw
verbinding gezocht, mensen toegelaten. Zorg toegelaten.
Omdat ik voelde welk inzicht de trainers hadden in (mijn) denkpatronen.
Deze drie dagen heb ik handvaten aangereikt gekregen die ik al zo lang zocht. Ik heb
helpende technieken geleerd. Technieken waarmee ik zelf aan de slag kan.
Maar het belangrijkste van alles is dat ik opnieuw zelfvertrouwen heb gekregen. Ik kan rustig
zeggen dat ik opgegroeid ben zonder een greintje zelfvertrouwen. Als je dit op je 35ste mag
ontdekken dan is de ontlading enorm, wat een feest.
Ik vertrouw erop dat ik het kan, is voor mij zo een groots inzicht of nieuwe overtuiging.
Dat ik niet meer moet vechten, is zo verlossend, want vechten tegen mezelf is destructief, daar
kom je nergens mee. Als ik vecht tegen mezelf, tegen verdriet, tegen andere emoties, dan
loop ik ervan weg. En het haalt me toch weer in. Dat was mijn slachtofferrol.
Ik ben vernieuwd thuisgekomen. De verandering was er onmiddellijk. In ons gezin, in onze
relatie, in vriendschappen, als leerkracht maar vooral naar mezelf toe. Ik ontdek mezelf, elke
dag opnieuw, elke dag meer.
We zijn vlak na de 3daagse op vakantie vertrokken, we reizen vaak, maar het was onze
meest fantastische vakantie. Niets moest, alles kon en niksen moest.
Twee maanden na de training was ik genezen van de eetstoornis. Tegen alle theorieën en
wetenschappelijke cijfers in. Tegen alle vragen en fronsende blikken van mensen rondom me
in. Want een eetstoornis is voor de rest van je leven, toch? Maar ik wist wat ik voelde, mijn
zorgteam zag het en ook mijn therapeut was vol lof.
Ik vergelijk het met skiën. Ik heb de eerste top van mijn gebergte bereikt door te klimmen.
Zonder beveiliging, in barre omstandigheden en helemaal solo.
Er ligt nog een heel gebergte voor me. Maar nu ben ik gewapend met een plan van het
skigebied. Ik kan naar beneden suizen in alle snelheid, of traag in ploeg. Als ik wil neem ik
de lift naar boven of stap ik zelf.
En als er lawine alarm dreigt heb ik de telefoonnummer(s) van mijn persoonlijke
reddingshelikopter. Zo kan ik altijd mailen, bellen, me verbinden met iemand die me zo weer
opweg kan zetten.
Ik ben nog onderweg, heb nog mooie, stevige route voor me. En ik weet helemaal niet hoe
het uitzicht om elke nieuwe bocht zal zijn.
Het A.C. geeft me basis, uitleg, theorie, fundamenten. Ik kan en mag het helemaal analyseren
(wat een waar feest is voor mij). Dat brengt rust en een enorm vertrouwen. Naar het concept
maar ook naar mezelf toe.
Als kers op de taart heb ik vorige jaar mijn eerste marathon gelopen.
Mensen die me kennen zeiden dat ze al langer wisten dat ik daar ooit aan ging beginnen.
Maar de manier waarop was onverwacht groots.
Vroeger kon ik alles, ging ik geen uitdaging uit de weg en was ik baas over mijn eigen
lichaam. Nu kan ik nog ontzettend veel maar kies ik er bewust voor om het anders te doen.
De marathon heb ik samen met mijn lichaam gelopen. Ik heb het heel erg in de gaten
gehouden, ik heb gevoeld, ik heb het gelezen, ik heb zoveel kracht in mezelf gevonden.
Tijdens de marathon was Ander Leven nooit ver weg.
Ander Leven is nooit ver weg, ik heb het altijd bij me.

Rieneke, 39 jaar